11 November toespraak van onze burgemeester

Op 11 november 2019, over deze onderwerpen: Cultuur
popies thinkstock

Beste oud- strijders,

Dames en heren,

Ladies and gentlemen,

 

Voorbije september maand werden we helemaal meegenomen in de herdenking van 75 jaar Bevrijding van onze stad Geel. September was dus een ‘feestmaand’, en niet alleen voor Geel! Voor zoveel landen is deze 75 ste herdenkingsverjaardag heel bijzonder geweest. Maar als je bevrijding viert, betekent dit uiteraard dat er een bezetting aan vooraf is gegaan. Zoveel verschrikkelijke verhalen, zoveel leed ging van 1940 tot 1945 vooraf aan gelukkig een uiteindelijke bevrijding. Elk jaar opnieuw 1 dag de tijd nemen om de dingen die mensen elkaar aandoen te herdenken, is voor mij absoluut noodzakelijk.

Oorlog, het is zo oud als de mensheid, beschavingen hebben altijd hun voortbestaan verzekerd door het voeren van oorlog en het winnen van veldslagen. Aristoteles stelde het al: ‘we voeren oorlog opdat we in vrede kunnen leven’.

Het wordt echter helemaal absurd wanneer de gewone burger, de gezinnen geen keuze hebben, een bezetter maakt een keuze voor jou. Een persoonlijke mening wordt volledig ondergeschikt aan de overtuiging van het grote gelijk van de bezetter, rechten bestaan niet meer, plichten des te meer. Keren we nog even terug naar het verhaal van Ger de Wind die wat hij meemaakte in een bundel bijeen bracht ‘oorlogsverhalen uit Eindhoven’. Hij schrijft:

Onschuldige kinderen werden geconfronteerd met het verhaal dat een hele Joodse familie zichzelf om het leven had gebracht. Om niet te hoeven wachten op wat nazi-Duitsland met hen ging doen. Het was niet het eerste signaal over naderend onheil. Al in 1939, toen Hitler Polen binnenviel, hoorde hij een gesprek van zijn ouders die zich zorgen maakten over de komst van de Duitsers. Hij herinnert zich het gesprek, maar het zou nog lang duren voordat Ger de Wind zou begrijpen waarom. Zijn vader was van Joodse afkomst, maar was katholiek geworden om met De Winds moeder te trouwen. Toch moest hij, naarmate de tijd vordert, ook vrezen voor zijn leven als de nazi’s of een overijverige Nederlandse ambtenaar er achter zouden komen. Vandaar het gat in de haag van de tuin, dan kon hij altijd langs achter weg. 
 

Maar gelukkig overleefde het gezin De Wind de oorlog. ,,Pas veel later begreep ik waarom. Een bevriende maar foute politieman heeft mijn vader misschien wel beschermd. En ikzelf, ik was een Mischling, een halve Jood. Ook dat hoorde ik pas ver na de oorlog. Wat ik niet wist, kon ik in de oorlog ook niet verklappen, was het idee. Tijdens de Wannseeconferentie werd bepaald dat alle Joden moesten worden vermoord. Ook de Mischlinge van de eerste graad, met twee Joodse grootouders dus zoals ik. Maar de nazi’s zijn gewoon niet toegekomen aan ons Mischlinge, met dank aan de Russen die waarschijnlijk ook mijn leven hebben gered.” 

De angst die Ger de Wind heeft doorstaan, het onrecht dat werd aangedaan of moest worden ondergaan heeft ervoor gezorgd dat hij op 84 jarige leeftijd zijn verhalen heeft opgeschreven, hij had het helemaal gehad met het leven!

In september 1944 begint voor zoveel landgenoten een emotionele achtbaan waarbij de gebeurtenissen, die gelukkig zouden leiden tot de bevrijding van ons land, elkaar in sneltempo opvolgden.

In de avond van 3 september rolden de eerste Britse tanks Brussel al binnen. De dag erop volgde de bevrijding van Antwerpen. De opmars van de geallieerden door België leek onstuitbaar. Voortaan rekende men bij het aftellen niet meer in dagen, maar in uren. 

De bevrijders oogstten met hun indrukwekkend materieel, hun vrijgevigheid en hun losse, gemoedelijke omgangsvormen enorme bewondering. De bevrijde bevolking uitte haar dankbaarheid door hun huizen open te stellen en de bevrijders tomaten, fruit en eieren toe te stoppen. Geallieerde gesneuvelden werden met de grootste militaire eer en onder massale belangstelling ten grave gedragen. Iedereen wilde ook met de bevrijders op de foto staan. 

De onmiddellijke bevrijdingsroes mocht dan wel vrij snel gaan liggen, voor een normalisering van het dagelijkse leven was het nog veel te vroeg. Er diende puin geruimd te worden. Vele woningen en publieke gebouwen waren totaal onbewoonbaar of onbruikbaar door de hevige bevrijdingsgevechten en beschietingen. Ten Aard telde rond 1945 ongeveer 300 huizen. Daar zijn er bijna 100 van uitgebrand, vernield of zwaar beschadigd! De elektriciteitsvoorziening was gebrekkig, de telefoonverbindingen lagen in panne en de post werd niet bedeeld. De bezorgdheid over het lot van weggevoerde mannen en vrouwen bleef groot. En het gevaar was nog niet helemaal geweken. Sporadisch kwam er nog wel eens een Duits vliegtuig overgevlogen dat bommen dropte.

De hoop op een definitieve bevrijding werd in de hoofden van zo vele mensen een zekerheid door de trieste aanblik van terugtrekkende Duitse troepen. Die leken in het niets nog op de gedisciplineerde, sportieve en optimistische mannen die in mei 1940 al zingend door de Kempen waren getrokken. In de nazomer van 1944 zagen ze er miserabel uit, onverzorgd, opgejaagd, angstig en moe. Ze dwongen geen respect af, maar medelijden. Het laatste restje gezag dat ze nog hadden, wendden ze aan om slaapplaatsen, eten, fietsen, paarden en karren op te eisen van de burgers.

In vele opzichten bracht het jaar 1945 voor vele mensen een terugkeer van het verleden, terug naar de tijd voor de oorlog. Vrijheid, onafhankelijkheid en democratie, waarden die tijdens de oorlog sterk aan betekenis hadden gewonnen, werden terug realiteit. Het verstikkende keurslijf dat de oorlogssituatie aan iedere Belgische burger had opgelegd, werd afgeworpen. Men moest niet langer opletten met wat men zei, tegen wie men het zei en hoe men het zei. Mensen konden terug in alle vrijheid naar de radio luisteren. Engelse nieuwsberichten en jazzmuziek waren geen taboe mee. Wie dat wou, kon terug tot in de late uurtjes uit feesten gaan. Het stond iedereen vrij om te lezen wat hij wilde. Mannen die tijdens de oorlog noodgedwongen in de steenkoolmijnen waren gaan werken, konden weer dromen van werk dat ze graag deden. Stilaan nam men de draad weer op …

 Als we de geschiedenis erop naslaan, gebeurde het verdrijven van de laatste Duitse vijand niet zonder slag of stoot, zeker niet hier in Geel. Tussen 13 en 23 september 1944 werd een bijzonder bittere strijd uitgevochten tussen de bevrijders en de bezetter ter hoogte van Ten Aard. Als de bloemmolens konden spreken, die hebben iets gehoord en gezien! Kanalen en de bruggen over kanalen zijn zeer strategische plaatsen in oorlogstijd, Geel kreeg dus meer dan zijn deel; op 13 september 1944 werd zelfs de inderhaast aangelegde noodbrug opgeblazen! Omdat het waarschijnlijk zo’n ellendige strijd was, waarbij de 15de Schotse infanteriedivisie de ziel uit het lijf vocht, kwam de beroemde Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk Bernard Montgommery de divisie moed inspreken. Leven wordt herleid tot ‘overleven’ op zo’n momenten, menselijkheid bestaat dan nog enkel als woord, niet meer als recht. Na alle ontmenselijking die de oorlog met zich meebracht, kon Geel in mei 1945 echt de bevrijding vieren, de oorlog was toen helemaal voorbij.

Ondertussen is het 75 jaar geleden dat de kanonnen zwegen, bij ons toch! Maar zolang het menselijk ras bestaat, zal er oorlog zijn, hoe fel we dit ook veroordelen en hoe goed we ons best doen om dit te vermijden. Onze kinderen opvoeden tot bekwame volwassenen die het geleerd hebben om om te gaan met andere visies of overtuigingen, het hoort bij ons waarden en normen kader en toch is alert zijn en de veiligheid van iedereen proberen te garanderen nog een dagelijkse opdracht. Dankjewel aan al onze veiligheidsmensen die deze taak dagelijks opnemen:

  • Dankjewel korpschef Dirk Van Aerschot en ons ganse korps dat jullie alle dagen weer voor onze veiligheid van zoveel Gelenaars instaan.
  • Dankjewel vervangend zonecommandant Gert Kempen en het ganse korps voor de gegarandeerde brandwacht en ambulancedienst voor zoveel burgers
  • Dankjewel coördinator Erik Claeys en al onze gemeenschapswachten voor de dagdagelijkse toezichten en aanpak van overlastsituaties overal op het Geelse grondgebied
  • Dankjewel commandant Dirk Grootaers en al onze marine-kadetten voor de maritieme kennis die jullie aangeleerd krijgen en de discipline die hierbij verwacht wordt.
  • Dankjewel Vlaams kruis en Rode kruis, steeds op post voor hulp aan de medemens.

Dankjewel mensen hier aanwezig omdat wij in een democratisch land kunnen leven, maar zoals Elie Wiesel, overlevende van Auswitz het stelt: democratie komt met een verantwoordelijkheid,

Wiesel heeft zich veelvuldig uitgelaten over het gevaar dat schuilt in mensen die zwijgen en wegkijken: “Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. En het tegenovergestelde van vrede is onverschilligheid tegen zowel vrede als oorlog." Daarin zit niet alleen een bittere les ten aanzien van het verleden, maar ook een opdracht voor de toekomst. Onze democratie komt met een verantwoordelijkheid. Door vanuit de vrijheid van nu terug te kijken naar de onvrijheid van toen, zien we scherper dan ooit dat een democratie niet alleen geeft maar ook vraagt, namelijk om mee te doen, om er allemaal actief aan mee te doen.

Want een democratie kan ook in vredestijd gevaar lopen – als mensen, heel geleidelijk, een muur optrekken tussen groepen in de samenleving, en wij dat gewoon gaan vinden. Democratie staat of valt met hoe wij als mensen hier naar kijken en er naar handelen.

Laat ons daar vandaag bij stilstaan en er eens heel diep over nadenken wetend dat leven in vrede niet vanzelfsprekend is.

 

 

 

 

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is